• Afnamebeding: een onredelijk bezwarende algemene voorwaarde of kernbeding?
    lees verder →
  • Huurrecht en horeca (Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte)
    lees verder →
  • Intentieovereenkomst of toch een bindende huurovereenkomst?
    lees verder →
  • Gerechtvaardigd beroep op dwaling bij verwaarlozen van onderzoeksplicht?
    lees verder →
  • Wanneer is een particuliere borgtocht voor bedrijfsmatige huur rechtsgeldig?
    lees verder →
Vragen?

[contact-form-7 id="19" title="Contact form 1"]

Wat mag een verhuurder doen met een ontruimde inboedel?

Wat mag een verhuurder met de inboedel doen als hij een door hem verhuurde onroerende zaak heeft ontruimd? Hierover heeft de rechtbank te Arnhem zich in een vonnis van 28 december 2011 uitgelaten. In deze casus had de verhuurder in kwestie het pand ontruimd en de inboedel (elders) opgeslagen. Hiermee heeft de verhuurder derhalve voorkomen dat de inboedel direct vernietigd zou worden. De rechtbank oordeelde dat de verhuurder hierbij handelde op grond van zaakwaarneming.

De zaakwaarnemer, in dit geval de verhuurder, moet bij de uitvoering van zaakwaarneming zorgvuldig te werk gaan en ook een aangevangen zaakwaarneming afmaken voor zover dat redelijkerwijze nodig is om nadelen voor de huurder te voorkomen. De zaakwaarnemer moet ook achteraf rekening en verantwoording aan de huurder afleggen. De verhuurder als zaakwaarnemer kan zelfs aansprakelijk zijn voor schade, als hij grof te werk gaat of niet een redelijke verantwoording van handelen en onkosten kan presenteren.

De rechtbank overwoog dat de huurder geen maatregelen had getroffen voor het behoud van zijn inboedel na de ontruiming van het gehuurde. Nadat de verhuurder de inboedel had opgeslagen, heeft hij de huurder bij brief aangekondigd dat de inboedel zou worden vernietigd als niet binnen een bepaalde termijn betaling van de kosten van ontruiming zou zijn ontvangen. In deze casus heeft de verhuurder 14 weken gewacht. Ondanks de aan hem gestelde termijn, heeft de huurder niet tijdig betaald. Na verloop van de gestelde termijn heeft de verhuurder de inboedel vernietigd. De huurder stelde (onder meer) dat de verhuurster zijn zorgplicht als zaakwaarnemer had geschonden.

Of de verhuurder bij de zaakwaarneming de nodige zorg heeft betracht, moest volgens de rechtbank worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. In dit geval overwoog de rechtbank dat niet viel te verwachten dat huurder op afzienbare termijn de kosten zou kunnen betalen die waren gemoeid met de afvoer en opslag van zijn inboedel. Op grond van zijn retentierecht behoefde de verhuurder de inboedel ook niet aan de huurder af te geven, aldus de rechtbank. Verder kon niet van de verhuurder worden verwacht dat hij de verantwoordelijkheid voor het behoud van de inboedel zou blijven dragen ook na verloop van veertien weken.  De rechtbank overwoog om die reden dat de verhuurder zijn zorgplicht als zaakwaarnemer niet heeft geschonden door de zaakwaarneming na het aflopen van de gestelde termijn te beëindigen en de inboedel te laten vernietigen. De huurder werd veroordeeld de schade te betalen die de verhuurder heeft geleden als gevolgd van de zaakwaarneming.

 

Meer weten? Neem contact met ons op: 053-2600444 of info@prascevicadvocatenkantoor.nl