• Afnamebeding: een onredelijk bezwarende algemene voorwaarde of kernbeding?
    lees verder →
  • Huurrecht en horeca (Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte)
    lees verder →
  • Intentieovereenkomst of toch een bindende huurovereenkomst?
    lees verder →
  • Gerechtvaardigd beroep op dwaling bij verwaarlozen van onderzoeksplicht?
    lees verder →
  • Wanneer is een particuliere borgtocht voor bedrijfsmatige huur rechtsgeldig?
    lees verder →
Vragen?

[contact-form-7 id="19" title="Contact form 1"]

Afnamebeding: een algemene voorwaarde of kernbeding?

Op 3 maart 2015 heeft het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan over een exclusief afnamebeding voor koffie, waarbij een door de afnemer minimum hoeveelheid is overeengekomen.

De koffie werd geleverd door een groothandel in koffieproducten (hierna “de groothandel”). De groothandel had een samenwerkingsovereenkomst met de franchise organisatie Franchise, Horeca en Catering (hierna “FHC”). Op grond van de samenwerkingsovereenkomst kon de groothandel koffie leveren aan de leden van FHC op basis van een korting.

In 2009 heeft de groothandel een offerte gedaan aan één van de leden van FHC, zijnde een lunchroom (hierna “de lunchroom”). In de offerte is onder meer het volgende vermeld;

(…) Deze overeenkomst zal ingaan op 1 maart 2009 en een looptijd hebben van 36 maanden. Derhalve eindigt deze overeenkomst op 28 februari 2012.
Gedurende de looptijd van deze overeenkomst verplicht u zich tot exclusieve afname van koffie en vermelde ‘nevenproducten’, enkel en alleen rechtstreeks te betrekken bij [geïntimeerde].
De minimale jaarlijkse afname bedraagt 150 kg koffie, terwijl de verwachte afname hoger ligt.
Algemene zaken
Op alle overeenkomsten van [geïntimeerde] zijn onze algemene voorwaarden van toepassing.(…)

De lunchroom heeft de offerte voor akkoord ondertekend.

Hoewel de lunchroom in het begin regulier koffie bij de groothandel heeft afgenomen, is zij daar vanaf maart 2011 mee gestopt. De groothandel heeft de lunchroom per sommatiebrief gewezen op de verplichting tot minimale afname van 150 kilo koffie per jaar en de lunchroom gesommeerd tot afname van 208 kilo koffie. De lunchroom heeft aan die sommatie geen gevolg gegeven.

De groothandel heeft de lunchroom vervolgens in een procedure betrokken, waarbij onder meer ontbinding van de afnameovereenkomst en een schadevergoeding is gevorderd. De kantonrechter heeft deze vorderingen toegewezen.

De lunchroom liet het er echter niet bij zitten en heeft hoger beroep ingesteld. In het hoger beroep heeft de lunchroom onder andere aangevoerd dat de afnameverplichting een onredelijk bezwarende algemene voorwaarde is. Volgens de lunchroom zou deze algemene voorwaarde moeten worden vernietigd omdat het onredelijk bezwarend is (artikel 6:233 onder a BW).

Het gerechtshof heeft het standpunt van de lunchroom niet gevolgd. Geoordeeld werd dat het hier een beding betreft dat naar objectieve maatstaven moet worden beschouwd als behorend tot de kern van de overeengekomen verplichtingen, zodat het geen ‘algemene voorwaarde’ is. Dat het beding niet met de lunchroom zou zijn besproken, is volgens het gerechtshof onder de gegeven omstandigheden niet relevant. Het gerechtshof heeft mee laten wegen dat op bladzijde 3 van de offerte, direct na de regeling van de minimale afnameverplichting genoemd wordt dat op alle overeenkomsten van de groothandel haar algemene voorwaarden van toepassing zijn.

Deze uitspraak laat wederom zien hoe belangrijk het is om een overeenkomst met een toeleverancier (vooraf) goed te lezen en te begrijpen welke verplichtingen worden aangegaan. De lunchroom was zich er kennelijk niet bewust van dat hij een exclusieve afnameverplichting was aangegaan en uiteindelijk heeft dit tot gevolg dat hij een fikse schadevergoeding zal moeten betalen.

Wenst u meer informatie over exclusieve afnameovereenkomsten, neem dan contact met ons op:

Prascevic Advocatenkantoor
Piet Heinstraat 1 – 7511 JE – Enschede
T 053-2600444 – F 053-2600555